Archivo 2005
Bolivia weer stevig in de houdgreep | Bolivia weer stevig in de houdgreep |
|
|
|
|
Juli 2004 Por Theo Roncken ‘De regering moet kiezen, voor de Bolivianen of voor de Amerikanen’, meent Evo Morales, leider van de cocaboeren en van de politieke partij MAS. Zo makkelijk gaat dat echter niet. De torenhoge buitenlandse schuld en de privatisering van de energiesector zijn kernproblemen die niet worden aangepakt. Niet door president Mesa en evenmin door Morales en zijn partij. Interne verdeeldheid, gebrek aan structuur en op de achtergrond de altijd aanwezige druk van de Verenigde Staten, houden Bolivia gegijzeld. In oktober 2003 leidde de bloedige onderdrukking van een volksopstand tot de val van Bolivia’s vorige president, Gonzalo ‘Goni’ Sánchez de Lozada. Buitenlandse waarnemers waren compleet verrast en een algemene bezorgdheid over de politieke stabiliteit van het land geeft Bolivia sindsdien een speciaal plaatsje op de internationale agenda. In maart voorspelde de generaal van het zuidelijk commando James Hill, de leden van het Amerikaanse congres dat “een voortgaande gijzeling van de inheemse beweging door radicalen” van Bolivia een drugsstaat kon maken. De Amerikaanse analist Andrés Oppenheimer deelde in een artikel voor de Miami Herald Bolivia in bij de groep ‘zwakke staten’ die een gevaar vormen voor de regionale stabiliteit. Voor Oppenheimer waren de oktoberprotesten in Bolivia een direct gevolg van het uitblijven van extra fondsen uit de Verenigde Staten. Over de structurele ongelijkheid in het land, de toenemende armoede en de enorme buitenlandse schuld had hij het niet. Economische steun uit de VS volgt zelden het prioriteitenlijstje van Bolivia. Sinds 1996 is bijvoorbeeld de financiële steun voor militaire doeleinden gestegen van 17 tot 40 procent. Bovendien zijn aan de toekenning van bi- of multilaterale fondsen strenge voorwaarden verbonden, zoals het sluiten van handelsverdragen en het aanvaarden van wetten voor de bescherming van buitenlandse investeringen. Het eindresultaat van deze ‘hulp’ laat zich goed beschrijven door een in mijn woonplaats Cochabamba vertrouwd straatbeeld: een klein omaatje dat, op haar tenen bovenop een leeg blik gedoneerde melkpoeder, in de vuilnis van een grote groene straatcontainer graait. Een voorbijlopende middelbare heer in pak trekt zijn neus voor haar op. Zoethoudertje Bolivia’s nieuwe president, Carlos Mesa, komt uit een familie van intellectuelen met een zekere reserve tegenover de partijpolitiek. Mesa’s kandidatuur als vice-president voor Goni’s revolutionair- nationalisten maakte een abrupt einde aan zijn succesvolle loopbaan als journalist met een overwegend objectief imago en een redelijk grote populariteit. Bij zijn ambtsaanvaarding als president deed hij de Boliviaanse bevolking drie beloften, in ruil voor een periode van sociale rust: een herziening van de wet op de olie- en gasvoorraden, de organisatie van een nationaal referendum over diezelfde energetische grondstoffen, en de actieve ondersteuning van een participatief proces dat moet leiden tot de formulering van een nieuwe grondwet. Deze thema’s, met name de eerste twee, beheersen sindsdien de nationale agenda. Mesa is zich goed bewust van het zeer zwakke ijs tussen de Braziliaanse, Amerikaanse, Spaanse, Nederlandse en Franse oliebelangen aan de ene kant en de kritische blik van verpauperde en argwanende bevolkingsgroepen op de andere oever. Tot dusver slalomt hij handig om de grootste obstakels heen, zonder werkelijk van de neoliberale koers van zijn voorganger af te wijken. “Mesa moet kiezen of hij een mannetje of een vrouwtje is, hij kan niet allebei zijn”, zei in mei Evo Morales Aymá, de leider van de cocaboeren uit de Chapare die tijdens de laatste presidentiële verkiezingen op slechts één procent achter Goni eindigde. “Hij moet uitmaken of hij voor het Boliviaanse volk is of voor de Amerikanen, want als hij dat niet doet, dan lost hij niets op.” Desondanks zijn de het de cocaboeren en Morales’ partij, de Movimiento Al Socialismo (MAS), die in deze maanden de angel uit de volksprotesten hebben getrokken. Door de totstandkoming van een sociaal akkoord met de regering, zien de cocaboeren voorlopig af van sociale protesten. Het was Mesa’s minister van binnenlandse zaken, een vroegere voorvechter van een politiek die rurale ontwikkeling met cocateelt toestaat, die hiervoor de onderhandelingen voerde. Het akkoord wordt nadrukkelijk als een tijdelijk akkoord gezien. Het is de bedoeling dat Mesa zo snel mogelijk zijn beloftes inlost en het land uit het economisch slop haalt. En vooral uit buitenlandse handen haalt. De boeren schorten hun acties in die tijd op. In de maand juni werd een vergelijkbaar verdrag gesloten met een opstandige groep cocaboeren uit de Zuid-Yungas, een gebied ten noorden van de hoofdstad La Paz. Geheime plannen In april verspreidde de MAS berichten over een op handen zijnde staatsgreep van ultrarechts, die militair ondersteund zou worden door Chili en de VS. Een dergelijk gevaar moest natuurlijk worden afgewend, meenden de meeste vertegenwoordigers van deze ‘partij van het volk’. Onder het mom van ‘alles is beter dan een dictatuur’ rechtvaardigen ze nu hun afwachtende opstelling ten aanzien van Mesa’s politieke manoeuvres. De leiders van de MAS hebben echter nog een andere, belangrijker, reden om te kiezen voor een politiek stabiel klimaat. Filemón Escobar, senaatslid en ex-leider van de mijnwerkers, sprak in oktober vorig jaar van een toekomstige “legitieme, democratisch verkozen regering van nieuw links”. Dit betekent concreet dat de MAS stevige winst hoopt te boeken bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in november. Deze verkiezingen worden gezien als een belangrijke opstap naar de presidentsverkiezingen van 2007. Een mogelijke winst van de MAS is voor de VS een nachtmerrie. Mede daarom verlopen de plannen van de partij niet van een leien dakje. Binnen een jaar tijd hebben zich bijvoorbeeld twee openlijke confrontaties voorgedaan tussen Escobar en Morales, de voorgangers van de MAS. Beide keren hebben de VS, op de achtergrond, daarbij een rol gespeeld. Al was het maar doordat dit land handig gebruik wist te maken van de voortdurende meningsverschillen binnen de MAS. Zo lekte vorig jaar via Mesa, die toen nog vice-president was, een ‘vertrouwelijk’ rapport uit van de Amerikaanse ambassade. Daarin was sprake van een mogelijk op handen zijnde staatsgreep, waarbij sectoren van de MAS zouden zijn betrokken. Het zou de bedoeling zijn zowel Morales als Escobar uit de weg te ruimen. Dit rapport leidde tot een openlijke ruzie tussen de beide voormannen, die elkaar verdachten van vuile spelletjes. Het laatste conflict deed zich afgelopen juni voor en kostte tenslotte Escobar de kop. Doordat de fractie van de MAS niet aanwezig was, ratificeerde de senaat het akkoord dat Amerikaanse militairen in Bolivia uitsluit van strafvervolging door het Internationaal Gerechtshof. Morales beschuldigde Escobar er meteen van steekpenningen van de Amerikanen te hebben ontvangen, anders viel deze blunder immers niet te verklaren. Voor de Federatie van Cocaboeren uit de Chapare, aan wie Escobar zijn senaatszetel direct te danken had, was het genoeg reden om hem uit de partij te zetten. De cocaboeren sluiten nu de rijen achter Morales, terwijl de senaatsleden van de MAS als één man achter Escobar staan. Gebrek aan visie Voor de gemiddelde Boliviaan is het gekonkel binnen de partij een ingewikkeld en ondoorzichtig gebeuren, dat echter wel de interne zwakte van de MAS als politieke partij blootlegt. In het juninummer van Le Monde Diplomatique legt de econoom Pablo Stefanoni deze crisis in de partij op twee manieren uit. Ten eerste heeft de MAS zich in zeer korte tijd ontwikkeld uit een beweging van cocaboeren zonder enige echte verandering van de institutionele structuur te ondergaan. Het gevolg is dat de beslissingen op een absoluut centralistische manier door de caudillo -in dit geval Morales- genomen worden. Ten tweede vindt er op het leidinggevende niveau een voortdurend overleg plaats met allerlei zogenaamde adviseurs. Wat daar besproken wordt, blijft voor de meerderheid van de partij onduidelijk. Bovendien zijn die adviseurs afkomstig uit de intellectuele middenklasse. Net zoals de parlementariërs trouwens die het meest op de voorgrond treden. Een deel van hen heeft ideologisch meer gemeen met het establishment rondom Carlos Mesa dan voor andere MAS-leden acceptabel is. Dit alles drukt een zwaar stempel op de discussies binnen de partij en bemoeilijkt de ontwikkeling van een gemeenschappelijke politieke koers, aldus Stefanoni. Een zichtbaar gevolg is het ontbreken van een partijprogramma. Sterker nog, het ontbreekt de partij aan een eenduidige visie over de toekomst van het land. Zelfs van een analyse van de belangrijkste knelpunten is geen sprake. Met haar 8 zetels in de senaat en 27 in het huis van afgevaardigden heeft de MAS op parlementair vlak dan ook schandalig weinig bereikt. De noodzakelijke stap van de denuncia (aanklacht) naar de propuesta (het doen van voorstellen) is op geen enkel deelgebied gezet. De MAS lijkt de handen vol te hebben aan het binnen de perken houden van haar interne problemen. De partij probeert zich zo ongeschonden mogelijk te presenteren op de gemeenteraadsverkiezingen van november 2004. Het (tijdelijke) sociale pact met Mesa’s regering kan vooral vanuit dit oogpunt worden begrepen. Vertwijfeling De zwakte van de MAS kan voor Bolivia grote politieke gevolgen hebben. De bevolking is getuige van een onduidelijke interne verdeeldheid terwijl concrete voorstellen voor Bolivia’s belangrijkste economische en sociale problemen uitblijven. Voor velen is de enige reële mogelijkheid tot verandering van onderop langzaamaan in rook op aan het gaan. Andere sectoren binnen de volksbeweging radicaliseren vertwijfeld hun protesten. De Aymara-indiaan Felipe Quispe stapte uit het huis van afgevaardigden, waar in zijn woorden “nooit gewerkt en altijd geroofd en gelogen” wordt. In het kiesdistrict van Quispe werd half juni een burgermeester door een woedende menigte doodgeslagen en verbrand, als ad hoc bestraffing van zijn corrupte beleid. In dezelfde maand gijzelden Yurucarés-indianen uit het tropische laagland vier cocaboeren die zich op hun - formeel beschermde -grondgebied probeerden te vestigen. In een van zijn televisietoespraken zei president Mesa dat er iedere drie uur nieuwe conflicten werden geboren. Verwonderlijk is dit niet, gezien de economische situatie van het land. Uit onderzoek blijkt dat de officiële werkloosheid gestegen is van van 3.1 procent in 1997 tot 13 procent in 2003. In antwoord hierop schept het werkgelegenheidsproject van de huidige regering slechts kortdurende ‘noodbanen’, tegen uiterst lage salarissen en zonder toegang tot enige sociale voorziening. Het Nationaal Statistisch Instituut geeft aan dat in de laatste vier jaar het verschil tussen de gemiddelde inkomsten van de rijkere en de armste huishoudens is gestegen tot een factor 48. Voor Latijns-Amerika is dit gemiddeld 30. Overigens is bij de vaststelling van deze gegevens de absolute toplaag van grote industriëlen en parlementsleden buiten beschouwing gelaten. Anders waren de verhoudingen nog veel schever geweest. Weinig speelruimte Ondanks dit trieste scenario zijn er twee thema’s die Mesa, voorlopig verzekerd van de steun van Morales en de MAS, niet werkelijk ter discussie stelt. Niet in het referendum over de gas- en olievoorraden en evenmin in het debat over de politieke toekomst van het land. Deze thema’s betreffen de aflossing van de buitenlandse schuld, die tot boven de vijf miljard dollar is gestegen, en de sinds 1995 doorgevoerde privatisering van de nationale economie. Het voornaamste argument tegen de nationalisatie van de energiesector is dat Bolivia met geen mogelijkheid de schadeclaims kan betalen die deze maatregel teweeg zou brengen –naar schatting zo’n 4,5 miljard dollar. Ook heeft het land geen geld om haar olie en gas te industrialiseren. En wat betreft de schuldenlast draagt Mesa dit jaar keurig netjes 270 miljoen dollar, ofwel een kwart van de nationale schatkist, af aan de buitenlandse eisers. Het niet nakomen van deze verplichting zou, zo luidt het argument, tot stopzetting van de internationale steun en kapitaalvlucht van de investeerders leiden. Maar over welke investeringen gaat het dan? Petrobras, Shell en Total tonen geen enkele interesse in een verwerking van de Boliviaanse grondstoffen in het land zelf. Ze sloten met Goni en zijn voorganger achter gesloten deuren contracten af die er in voorzagen dat dit in Chili gebeurde, waarna Bolivia de hoogwaardige producten voor het drievoudige van zijn rijkere buur zou kunnen terugkopen. De steun van de MAS aan Mesa’s slalompolitiek betekent in de praktijk een opschorting van het debat over deze cruciale thema’s tot minstens na de gemeenteraadsverkiezingen in november. Het is maar zeer de vraag of er nadien nog enige speelruimte voor verandering van onderop mogelijk is. Mesa presenteerde zich in oktober als een president die een overgang naar een ander Bolivia mogelijk kon maken. Morales en de MAS presenteerden zich als de voorgangers op deze weg naar zelfbeschikking en werkelijke democratie. Het lijkt er echter niet op dat dit elan op een werkelijke machtstransformatie van onderop stoelen kan. En mocht Morales in 2007 president van Bolivia worden, dan zit er, vrees ik, ook voor hem niets anders op dan de dans naar de pijpen van Washington en haar oliebelangen voort te zetten. --------------------------------- Dit artikel is gepubliceerd in het maandblad "La Chispa" nummer 304 (Utrecht, Nederland, juli 2004). Voor meer informatie: Esta dirección de correo electrónico está protegida contra los robots de spam, necesita tener Javascript activado para poder verla |
| Siguiente > |
|---|
| Acerca de |
. |
| Inseguridad ciudadana |
| Politica sobre drogas |
. |
| Defensa y seguridad |
| Acerca de |
. |
| Coca y Sabiduría |
| Coca y Nutrición |
. |
| Comité impulsor para la Revalorización |
| Acerca de |
. |
| Ver Bolivia |
| Ver el mundo |
. |
| Prevención de Violencias |
| Noviolencia Activa |
| Programas |
| Analisis |
| Archivo 2005 |